
Wouter Crabeth, 1562
Elia en de profeten van Baäl
Met dit glas gaan we weer terug naar de tijd van het Oude Testament. Het volk Israël was na de dood van koning Salomo (zie glas 5 en glas 7) uiteen gevallen in twee delen: Israël en Juda. Goede en slechte koningen volgden elkaar op. In ca 875 v.C werd Achab koning van Israël. Hij was een slechte koning. Volgens het bijbelboek Koningen deed hij meer kwaad dan alle vroegere koningen van Israël. Zo liet hij in Samaria een tempel bouwen voor Baäl, een afgod van het land Sidon. En ondertussen gaf zijn vrouw Izebel opdracht om alle profeten van de Heer in Israël te laten doden.
Wie is de ware God?
Een van deze profeten was Elia. Hij vertelde koning Achaz dat God had besloten om het niet meer te laten regenen in Israël. Het gevolg was natuurlijk dat er een grote hongersnood kwam in het land. Nadat er twee jaar geen druppel regen was gevallen, gaf de Heer opdracht aan Elia om naar Achab te gaan. Elia vertelde Achab en het volk dat ze moesten kiezen tussen Baäl en de Heer. Hij liet alle 450 profeten van de god Baäl naar de berg Karmel komen, en ging een weddenschap met ze aan. Hij zei: “Er zijn hier twee stieren. Kies er één, snij hem in stukken leg deze op een stapel hout. Maar je mag het hout niet in brand steken. Ik doe hetzelfde, en ook ik zal het hout niet in brand steken. Dan bidden we beiden tot onze god. En degene die antwoord geeft, dat is de ware God.”
De hele ochtend probeerden de priesters van Baäl hun god te bewegen om het offer aan te steken. Ze baden, dansten, schreeuwden en sneden zichzelf tot het bloed over hun lijf stroomde. Maar het bleef stil, er kwam geen antwoord van Baäl.
Toen bouwde Elia met twaalf stenen een altaar voor de Heer. Om het altaar heen groef hij een lange, diepe geul. Hij legde hout en zijn stukken vlees op het altaar. Toen liet hij zoveel water over het offer en het hout uitgieten, dat de geul helemaal vol kwam te staan met water. Daarna bad Elia tot God.
Toen stuurde de Heer vuur uit de hemel. Door dat vuur verbrandde het vlees van de stier, en ook het hout en de stenen verbrandden. Zelf de as verdween, en ook het water in de geul. Toen de Israëlieten dat zagen, knielden ze op de grond. Ze riepen: “De Heer is de ware God!”
Nog voordat Achab thuis was in de stad Jizreël kwam de regen met bakken uit de hemel.
Dit verhaal is uitgebeeld in het bovenste deel van het glas. Engelen wakkeren het vuur op Elia’s altaar aan, terwijl de duivel geboeid naar beneden valt.
Dit verhaal in de Bijbel:

