
Jezus jaagt handelaars de tempel uit
Nadat Jezus drie jaar had rondgetrokken, ging Hij op weg naar Jeruzalem. Hij wist dat Hij daar zou worden gearresteerd en gedood. Maar zijn intocht in de stad was nog glorieus. Toen Hij op zijn ezel de stad in reed, legden mensen als een loper hun jas of takken op de weg om hem welkom te heten in de hoofdstad van Israël. In Jeruzalem aangekomen, ging Jezus naar de tempel. Hij was geschokt door wat Hij daar aantrof: de plek die bedoeld was om God te aanbidden, werd gebruikt om handel te drijven en winst te maken.
De tempel
De tempel was voor de Joden de meest heilige plek die ze kenden. Het was de plek waar God bij de mensen wilde zijn. De tempel die Salomo had gebouwd (zie glas 7) was verwoest in 587 v.C door de Babeloniërs. Zeventig jaar later bouwden de Joden een nieuwe tempel, maar ook deze werd verwoest in 63 v.C. door de Romeinse generaal Pompeius. In 19 v.C. begon koning Herodes de Grote aan de bouw van een derde tempel, om zo de gunst van zijn onderdanen te winnen en indruk te maken in de Romeinse wereld. Deze tempel was bijna gereed, toen Jezus in ca. 24 n.C. op deze bewuste dag door de poort het complex binnen liep.
Het brengen van offers
Iedereen mocht het grote toegangsplein van de tempel betreden, maar het binnenplein was alleen toegankelijk voor de Joden. Op dit binnenplein werden de offers aan God gebracht. Een offer is het verbanden van een (eerst gedood) dier op een speciaal daarvoor gemaakt altaar. Er waren verschillende soorten offers: met een offer konden mensen belijden dat ze zonden hadden gedaan, maar ze konden ook ergens voor danken, zoals de geboorte van een kind. Alhoewel God alomtegenwoordig is, was de tempel een bijzondere plaats, omdat God nadrukkelijk had bevestigd dat Hij hier de mensen wilde ‘ontmoeten’. De offers die de Joden op deze heilige plaats brachten, verbonden hen rechtstreeks met God.
Jezus wil geen handel in de tempel
Toen Jezus de tempel in ging, zaten daar handelaren. Het was bijna Pasen, Joden uit de heel de wereld kwamen terug naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren, en een offer te brengen in de tempel. De handelaren hadden bedacht dat het handig en dus commercieel interessant was als deze mensen op het tempelplein kun offerdier konden kopen. Geldwisselaars ruilden (met woekerwinst) het gangbare Romeinse zilvergeld om voor de Joodse munt, want alleen die mocht als gift in de tempelkist worden gestort.
Jezus ergerde zich hieraan, en begon alle handelaars en hun klanten weg te jagen. De tafels en stoelen van de handelaars gooide Hij omver. Hij zei tegen hen: “In de heilige boeken staat dat Gods huis een plek is om te bidden, maar jullie hebben het veranderd in een huis van dieven!”.
De priesters van de tempel en de religieuze leiders vonden het maar niets dat Jezus met zoveel gezag op het tempelplein optrad. Waarschijnlijk kregen ze ook een deel van de omzet van de handelaars. Ze dachten na over een plan om hem te doden. Dit leidde uiteindelijk tot de gevangeneming en kruisiging van Jezus, een paar dagen later.
Willem van Oranje
Willem van Oranje was de beoogde schenker van dit raam. Maar het glas werd pas geplaatst in 1569 en toen leefde hij in ballingschap in het buitenland. Van Oranje heeft het glas ook nooit betaald. Onder het raam was lange tijd dan ook geen schenkersrand aanwezig. Pas in 1657 bracht glasschilder Daniël Tomberg in dit deel de wapens van de leden van de vroedschap aan.
Dit verhaal in de Bijbel:

