
Israël wordt geleid door richters
Het volk Israël was door Mozes naar het land Kanaän gebracht. Zijn opvolger Jozua had samen met het volk een groot deel van het land veroverd. Maar nog lang niet het hele gebied was in handen van de twaalf stammen van Israël toen Jozua stierf. Na de dood van Jozua was er geen leider meer. De Israëlieten bleven vechten, maar niet meer zo enthousiast als eerst. Ze wilden rust, en sloten vrede met de andere volken die ook in Kanaän woonden. God had echter geboden om die volken weg te jagen uit het beloofde land, zodat er in het gebied alle ruimte zou komen om volgens Gods regels te leven. Nu de Israëlieten vrede hadden gesloten met de heidense volken, begonnen ze ook Baäl en Astarte te vereren. God had daar verdriet van. Hij strafte het volk, door rovers en vijanden te sturen, maar Hij stelde ook nieuwe leiders aan. Deze leiders werden ‘richters’ genoemd. De ene richter volgde de andere op. Soms was er enige tijd sprake van vrede, maar vaker moesten de Israëlieten vechten om hun land en bezit te verdedigen. Ook tussen de stammen onderling kon het flink botsen.
Simson is sterk door zijn lange haren
Zo was er een tijd waarin de Filistijnen weer flink huishielden in het gebied van de Israëlieten. Op dag kwam er een engel bij Manoach en zijn vrouw. Hij zei tegen hen: “Jullie zullen een jongen krijgen, die een dienaar van God zal worden. Daarom mag hij zijn haar nooit laten afknippen. Hij zal de Israëlieten bevrijden van de Filistijnen.” Enige tijd later kreeg het echtpaar een zoon. Ze noemden hem Simson.
Toen Simson een volwassen man was geworden, begon hij het volk te leiden. God had Simson zeer sterk gemaakt. Zoals God bevolen had knipte deze haar niet af en daarmee erkende Simson dat het God was die hem kracht gaf. Met die kracht kon hij zijn volk tegen de Filistijnen beschermen. Die wilden hem echter maar wat graag te pakken krijgen natuurlijk.
Simson wordt verraden
Al was Simson sterk in de strijd, hij had een zwak voor verkeerde vrouwen. Al in het begin van zijn leiderschap liep zijn huwelijk met een Filistijns meisje uit op een vreselijk bloedlbad. Twee decennia later zorgde een andere Filistijnse vrouw voor zijn val. Ze heette Delila. Simson was zwaar verliefd op haar, maar wist niet dat de Filistijnse leiders de vrouw 1100 zilverstukken hadden beloofd, als ze kon ontdekken waarom Simson zo sterk was. Iedere dag probeerde ze achter zijn geheim te komen. Uiteindelijk was Simson het zo zat, dat hij haar vertelde dat zijn kracht zou verdwijnen als hij zijn haar zou afknippen. Delila lichtte direct de leiders in, en ze knipte zijn haar af toen hij ’s nachts in slaap was gevallen. Zo verloor Simson zijn kracht en kon hij gevangen genomen worden. De Filistijnen staken zijn ogen uit, en boeiden hem met bronzen kettingen. Maar, vanaf het moment dat Simsons haar afgeknipt was, begon het ook weer te groeien en nam zijn kracht weer toe.
Een laatste overwinning
De Filistijnse bestuurders kwamen bij elkaar voor een groot offerfeest om hun god Dagon te danken dat Simson in hun handen was gevallen. Ze haalden Simson uit de gevangenis om zich met hem te vermaken. Simson bad tot de Heer en vroeg om hem nog één keer sterk te maken, zodat hij wraak kon nemen. Hij stond tussen twee zuilen in en duwde zo hard tegen beide pilaren dat de tempel instortte. Alle mensen die daar waren kwamen onder het puin terecht en stierven. Ook Simson zelf vond de dood. Hij had het volk Israël twintig jaar geleid. Na Simson kwamen er nog verschillende andere richters, tot het volk uiteindelijk een eigen koning kreeg: koning Saul.
Je leest hier over Simson in de Bijbel:
