
Lot en zijn dochters

Hendrick Goltzius
1616
Vrij aan het begin van de bijbelse geschiedenis leefde Abraham, de oudste aartsvader van Israël. Hij was degene aan wie God een ontelbaar groot nageslacht beloofde en een vaste plek in Kanaän (Palestina).Toen Abraham uit Babelonië naar Kanaän vertrok, reisde hij samen met zijn neef Lot. Na jaren van omzwervingen waren ze beiden rijk geworden; ze hadden zoveel vee dat er niet genoeg te eten was voor al die dieren. De herders van Abraham en Lot kregen steeds ruzie en daarom besloten oom en neef uit elkaar te gaan. Abraham ging bij de stad Hebron wonen, en Lot vertrok naar Sodom, in het land van de Jordaan. Ze bleven contact houden. Zo redde Abraham Lot, toen deze tijdens een oorlog gevangen was genomen.
De inwoners van Sodom en Gomorra waren slechte mensen, en daarom had God besloten om beide steden te verwoesten. Maar Hij stuurde twee engelen om Lot en zijn gezin te redden, omdat Lot wél een goed man was. Lot vluchtte met zijn vrouw en twee dochters naar het stadje Soar. Zijn schoonzonen geloofden niet dat de Heer de stad zou verwoesten en bleven achter. Onderweg keek Lots vrouw – tegen het bevel van God in – achterom naar Sodom en veranderde in een pilaar van zout (rechts in het schilderij te zien.) Lot vluchtte met zijn dochters verder. Hij durfde niet in Soar te blijven en ging met zijn dochters in een grot wonen.
Omdat de vrouwen bang waren dat ze kinderloos zouden blijven, voerden ze hun vader dronken en verleidden hem om met hen naar bed te gaan. Zo werden ze beiden zwanger van hun vader. Hun zonen werden de stamvaders van twee grote volken, die veel later in de geschiedenis weer het pad van Israëlieten zouden kruisen.
Het verhaal over de verwoesting van Sodom en Gomorra begint met een bezoek van God aan Abraham en eindigt met de verleiding van Lot door zijn dochters.
Je vind het hele verhaal hier in de Bijbel:
