
Abraham moest naar Kanaän
Abraham wordt beschouwd als de stamvader van het volk Israël. Hij werd geboren en groeide op in Ur en trouwde daar met Sara. Later verhuisde de familie naar Charan. Toen Abraham 75 jaar oud was, sprak God tegen Abraham. Hij zei: “Verlaat dit land en ga naar het gebied dat Ik je zal wijzen. Daar zul je veel nakomelingen krijgen en Ik zal je er rijk en gelukkig maken.”
Abraham gehoorzaamde God en trok naar het land Kanaän (Palestina). Daar leidde hij een zwervend bestaan. Maar De Heer beloofde hem dat het land Kanaän uiteindelijk van hem van zijn nageslacht – het volk Israël -zou worden. Abraham had echter nooit kinderen gekregen, ook al waren hij en zijn vrouw Sara al oud. Ze bedachten dat Abraham dan maar een kind moest verwekken bij Hagar, de slavin van Sara. En zo werd Ismaël geboren.
Abraham en Isaak
Dat was echter niet Gods plan. Toen Abraham 100 jaar oud was, werd Sara moeder van een zoon die ze Isaak noemden. God zei tegen Abraham dat alles wat hij hem beloofd had, ook voor Isaak zou gelden. Later stelde God Abraham nog flink op de proef, toen Hij hem vroeg om naar een specifieke offerplaats te gaan en daar Isaak te offeren. Abraham wilde God gehoorzamen, maar toen hij op het punt stond om zijn zoon te doden, zei God: “Raak de jongen niet aan! Doe hem niets! Nu weet ik dat je Mij vertrouwt en wilt dienen. Want je was bereid je zoon aan Mij te geven.”
Het verhalen over het leven van Abraham staan in het boek Genesis Je leest daar over zijn vlucht naar Egypte, over de oorlogen waar hij bij betrokken was, over de verwoesting van Sodom en Gomorra, over het lot van Ismaël en over het verdere leven van Abraham. Abraham stierf toen hij 175 jaar oud was.
Je leest vanaf hierin de bijbel over Abraham en Sara:
Aanvullende verhalen bij Abraham:

Lot en zijn dochters
Hendrick Goltzius
1616
Rijksmuseum
