Elia

Willem Andriesz de Raet, Elia en de engel, 1540-1570, Rijksmuseum Amsterdam
Willem Andriesz de Raet, Elia en de engel, 1540-1570, Rijksmuseum Amsterdam

Elia was een van de belangrijkste profeten uit de tijd van de Bijbel. Hij leefde in de eerste helft van de 9e eeuw v.C. Het volk van de Israëlieten was in Kanaän gaan wonen en had na verloop van tijd koningen gekregen. Na de eerste drie koningen ging het mis: het rijk scheurde in de twee delen: Juda (2 stammen) en Israël (10 stammen). Goede en slechte koningen wisselden elkaar af. Omstreeks 870 v.C. werd Achab koning van Israël. Hij deed dingen die niet goed waren in de ogen van God, zoals het bouwen van altaren voor verschillende afgoden. Zijn vrouw Izebel wilde zelfs dat alleen Baäl in het land vereerd zou worden, en ze gaf opdracht om alle priesters van God in het land te vermoorden. Maar sommigen wisten te ontkomen en vonden een schuilplaats in een van de vele grotten in het land.

God gebruikt Elia om Achab te straffen

Ook de profeet Elia was nog op vrije voeten. Elia was afkomstig uit het dorp Tibe in het gebied van Gilead. God zond hem naar Achab om te vertellen dat er uit straf voor de afgoderij jarenlang geen regen zou vallen in Israël, waardoor er een hongersnood zou komen. Nadat hij Achab deze slechte boodschap gebracht had, verstopte Elia zich in het stadje Sarefat, waar hij mocht logeren bij een weduwe en haar zoon. Door de hongersnood had zij al snel geen voedsel meer voor de profeet, maar Elia vertelde haar dat de Heer een wonder zou doen: de pot met meel en de kruik met olie zou niet leegraken, hoeveel de vrouw er ook van gebruikte. Zo hadden de mensen in haar huis tijdens de crisis toch elke dag genoeg te eten. Enige tijd later werd de jongen van de vrouw ziek en stierf. Maar Elia vroeg God of hij de jongen wilde opwekken uit de dood, en God verhoorde Elia. De jongen stond op en was gezond.

De God van Israël versus Baäl

Nadat het twee jaar niet had geregend in Israël, moest Elia aan Achaz gaan vertellen dat het land weer regen zou krijgen. Achab zei tegen Elia: “Wat een ellende heb jij in Israël gebracht!” “Nee”, antwoorde Elia, “dat hebt u u zelf gedaan, samen met uw familie. Want u bent ongehoorzaam geweest aan de Heer, en u bent de god Baäl gaan vereren. Nu moet u het volgende doen: Laat het volk naar mij toe komen op de berg Karmel. En ook alle 450 profeten van de god Baäl, en de 400 profeten van de godin Asjera.”
Toen iedereen op de berg was, zei Elia tegen het volk: “Ik ben hier de enige profeet van de Heer die nog over is. En er zijn 450 profeten van Baäl. Jullie moeten ons twee stieren brengen. De profeten van Baäl mogen er een uitkiezen. Die moeten ze in stukken snijden en op een stapel hout leggen. Maar ze mogen het hout niet in brand steken. Ik zal hetzelfde doen. En dan gaan we beiden bidden, zij tot de god Baäl en ik tot de Heer. De God die antwoord geeft, dat is de ware God.” Iedereen vond dit een goed voorstel. De profeten van Baäl maakten een altaar van hout, legden het vlees erop en vroegen aan Baäl of hij het offer wilde aannemen. Maar hoe ze ook smeekten, er gebeurde niets. Toen maakte Elia een altaar van 12 stenen, en hij legde het hout en het vlees erop. Vervolgens liet hij een geul om het altaar heen graven en deze helemaal met water vullen. Daarna bad hij tot God: “Geef antwoord Heer, laat zien dat u de ware God van Israël bent.” Toen stuurde de Heer vuur uit de hemel. Het vuur verbrandde het vlees, het hout en zelfs de stenen brandden. Het volk erkende dat de Heer de ware God was. Elia liet de profeten van Baäl oppakken en ter dood brengen.
Nog diezelfde dag zond God regen naar het land. Maar Izebel was woest dat haar profeten waren gedood. Ze liet Elia de boodschap brengen dat ze hem zeker zou vermoorden. Elia was vermoeid, bang en terneergeslagen. Hij vroeg God waar hij het eigenlijk allemaal voor deed. Het volk koos er steeds weer voor om God niet te dienen zoals dat zou moeten. Maar God vertelde Elia dat Hij de toekomst in handen had. En dat er ook een groep mensen zou blijven, die niet voor Baäl zouden knielen.

God neemt Elia weg

God vroeg Elia om de profeet Elisa te zalven als zijn opvolger. Een tijd lang trokken ze samen op. Op een dag vertelde Elia aan Elisa dat God hem die dag zou wegnemen. Ze gingen naar de Jordaan. Elia deed zijn mantel uit, rolde hem op en sloeg ermee op het water. Toen stroomde het water opzij, zodat ze samen de rivier konden oversteken zonder nat te worden. Aan de overkant van de Jordaan vroeg Elisa: “Geef mij alstublieft de kracht die u van de Heer gekregen hebt. Dan kan ik net zo’n machtige profeet worden als u.” Elia zei: “Je vraagt me iets wat ik je niet zelf kan geven. Misschien zul zien hoe ik van je weggenomen word. Dan zul je krijgen wat je vraagt.” Terwijl Elia en Elisa zo liepen te praten, kwam er opeens een wagen van vuur tussen hen in rijden. De wagen werd getrokken door paarden van vuur. En op die wagen ging Elia in een stormwind omhoog naar de hemel. De mantel van Elia was op de grond gevallen. Elisa raapte hem op, en liep ermee terug naar de waterkant. Hij sloeg met de mantel op het water, net zoals Elia gedaan had. Toen stroomde het water opnieuw opzij. De profeten aan de andere kant van de Jordaan zagen dat Elisa de kracht van Elia gekregen had. Sommige profeten gingen nog op zoek naar Elia, maar hij werd door niemand meer gevonden. God had hem weggenomen.


Het grootste deel van het verhaal van hierboven lees je hier in de Bijbel:

Hier lees je hoe Elia wordt weggenomen van de aarde:

Hier lees je over de verschijning van Elia en Mozes aan Jezus:


Aanvullend verhaal:

Elia en de profeten van Baäl
Wouter Crabeth
1652
Sint-Jan Gouda


Overzicht van personen uit de Bijbel