
Aanbidding der koningen

Jan Jansz Mostaert
ca. 1520 – ca. 1525
Niet lang na Jezus’ geboorte kwamen er wijze mannen in Jeruzalem aan. Ze kwamen uit een ver land in het oosten. Ze vroegen aan de mensen in Jeruzalem: “Waar is de koning van de Joden die kortgeleden geboren is? Wij hebben zijn ster gezien, die aan de hemel omhoog kwam. En nu zijn we hier gekomen om de nieuwe koning te eren.” Toen koning Herodes dat hoorde, schrok hij vreselijk, op een concurrent zat hij niet te wachten. Hij gaf de wijzen opdracht om in Betlehem op zoek te gaan naar het kind, en hem daarover te rapporteren. De wijzen vervolgden hun weg, zagen de ster weer en vonden zo het huis waar Jezus was. Binnen zagen ze Maria en het kind. Ze knielden voor hem en eerden hem. Ze gaven hem de dure geschenken die ze meegebracht hadden: goud, wierook en mirre. Gewaarschuwd in een droom, vertelden ze Herodes niets over hun bezoek en gingen naar huis. Toen Herodes zich realiseerde dat de wijzen vertrokken waren zonder hem te informeren, werd hij ontzettend boos. Zijn soldaten moesten in het gebied van Betlehem alle jongetjes van 0 tot 2 jaar doden. Maar Jezus was toen al met Jozef en Maria op weg naar Egypte, want ook Jozef was door God in een droom gewaarschuwd.
Het verhaal over het bezoek van de wijzen en de kindermoord in Betlehem lees je hier in de Bijbel:
