
Het Laatste Avondmaal
Het thema van het middelste deel van glas 7 is Het laatste avondmaal van Jezus met zijn twaalf discipelen.
De titel zegt het al: dit gaat over de laatste maaltijd die Jezus met zijn discipelen had, voordat Hij gevangengenomen en ter dood veroordeeld werd. Deze maaltijd was een feestmaaltijd, want het was de eerste dag van het Joodse Paasfeest. Maar tijdens het eten zei Jezus tegen zijn leerlingen dat één van hen hem zou uitleveren aan de religieuze leiders van Israël. De één na de ander vroeg aan Jezus: “Ik toch niet, Heer?” Jezus antwoordde: “Het is degene aan wie Ik het stuk brood geef dat Ik nu in de schaal doop.” Hij gaf het brood aan Judas en zei erbij: “Ga maar doen wat je van plan bent.” Judas nam het brood aan en ging meteen weg (rechtsboven in de glas, met zijn geldbuidel op de rug).
Vervolgens nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit en gaf de leerlingen ervan met de woorden: “Neemt, eet, dit is mijn lichaam.” En Hij gaf hun de drinkbeker met de woorden: “Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.” Na de maaltijd sprak Jezus nog met zijn discipelen over wat hen te wachten stond. Toen vertrokken ze naar de Olijfberg waar Jezus in de olijfboomgaard Getsemane werd gearresteerd. Het vervolg kun je hier lezen.
link aan Filips II
Dirck Crabeth heeft zijn voorstelling van het Laatste Avondmaal gemaakt op grond van de beschrijving hiervan in het bijbelboek Johannes. Deze beschrijving vermeldt dat een van de discipelen dicht tegen Jezus aan lag (in het Midden-Oosten lagen de mensen aan tafel). Waarschijnlijk was deze discipel Johannes zelf, de schrijver van het boek. Crabeth beeldt hem af óp schoot bij Jezus. De keuze om de beschrijving van Johannes als uitgangspunt te nemen, heeft alles te maken met de donateur van het glas. In het Johannesevangelie staat dat de discipel Filippus na de maaltijd aan Jezus vroeg om hen God de Vader te laten zien. Jezus antwoordde toen dat wie Jezus heeft gezien, in hem de Vader heeft gezien. In het glas is Filippus staande afgebeeld, achter zijn naamgenoot en schenker van het glas, de geknielde koning Filips II. In de afbeelding wijst de discipel met zijn vinger naar de koning. Ook koning Filips II wilde graag dat de mensen in hem zijn vader Karel V zouden herkennen. Zie verder ook de uitleg bij het bovenste gedeelte van glas 7.
Dit verhaal in de Bijbel:

