
De Joden naar Babel gebracht
De Joden die in Juda woonden, werden vaak aangevallen door andere volken. Ook de Babyloniërs vielen het kleine koninkrijk regelmatig binnen. Bij hun rooftochten namen ze goud en zilver uit de tempel mee, maar ook mensen die als arbeidskracht in hun eigen land ingezet konden worden. Juda had inmiddels al een lange historie. De Joden woonde al honderden jaren in het beloofde land, maar ze dienden God niet echt meer. God zond profeten (dienaren van God), zoals Jeremia, om het volk te waarschuwen. Maar toen Sedekia koning van Juda was, lachten de mensen de profeten gewoon uit. Daarom had God er dit keer zelf de hand in dat Babylonië het land Juda binnenviel, de tempel leegroofde, de hele stad inclusief de tempel in brand stak en veel inwoners doodde. Alle mensen die daarna nog in leven waren, werden door de Babyloniërs als gevangenen meegenomen naar Babel. Pas toen de koning van Babylonië verslagen was door de koning van Perzië mochten de Joden weer terug naar huis.
Daniël en zijn vrienden
Op een dag vroeg de Babylonische koning Nebudkadnessar aan Aspenaz, zijn hoofd van de huishouding, om een aantal jonge, gevangengenomen Israëlieten uit te zoeken en die naar zijn paleis te brengen. Ze moesten familie zijn van de koning of uit een andere belangrijke familie komen. Verder moesten de mannen gezond zijn, en slim en verstandig. Want Nebudkadnessar wilde de jongens een opleiding van drie jaar geven, zodat ze daarna bij hem in dienst konden komen. Om hen zo gezond mogelijk te houden, mochten de jongens zelfs mee-eten van het voedsel dat dagelijks voor de koning en zijn gezelschap werd bereid. Aspenaz zocht een aantal jonge mannen uit, waaronder vier jongens met de Hebreeuwse namen Daniël, Chananja, Misaël en Azarja. Toen hun opleiding na drie jaar voorbij was, bleek dat niemand van de opgeleide jongens zo wijs was als deze vier jongens. Sterker, de koning vond Daniël en zijn vrienden tien keer zo verstandig als alle andere wijze mannen in zijn koninkrijk. Hij nam hen in dienst en hij kon met hen over alle problemen in zijn koninkrijk spreken.
De droom van Nebudkadnessar
Niet lang daarna kreeg Nebudkanessar een angstige droom. Toen hij wakker werd, wist hij niet meer precies wat hij gedroomd had, maar wel dat hij er bang van was. Hij vroeg de wijze mannen die bij hem waren wat hij gedroomd had. Maar geen van de wijze mannen kon hem dat vertellen. De koning dreigde vervolgens om alle wijze mannen te doden. Maar toen ging de jonge Daniël naar de koning en vroeg hem wat tijd. Hij bad samen met zijn vrienden tot God en vroeg of die hem de droom wilde vertellen. Diezelfde nacht kreeg Daniël zelf een droom waarin hij zag wat de koning gedroomd had. En de volgende dag vertelde hij de koning over het beeld dat deze gezien had. Hij legde ook de betekenis van de droom uit. Hij vertelde dat God aan Nebudkadnessar met deze droom de toekomst had laten zien. De koning gaf Daniël een grote beloning en een stevige promotie: Daniël werd leider van de raad van wijzen en bestuurder van de provincie Babel. En Nebukadnessar zei ook: “Nu weet ik dat jouw God de grootste God is. Alle koningen moeten hem gehoorzamen. Hij kan dingen bekend maken die voor mensen geheim zijn. Daarom kon jij mijn droom uitleggen.”
Wonderlijke reddingen
Daniël en zijn vrienden dienden koning Nebudkadnessar en daarna zijn zoon Belsassar en diens opvolger Darius. Daniël bleef al die jaren bestuurder van Babel, ook toen de Perzen de baas werden in het gebied en de Joden onder koning Cyrus weer terug mochten keren naar Juda. Zij bleven God al die jaren trouw dienen zoals dat was voorgeschreven in de Joodse wet, maar ondervonden daarbij ook regelmatig tegenstand. De vrienden werden eens in een brandende oven gegooid, omdat ze niet bereid waren om een gouden beeld te aanbidden. En Daniël zelf werd door zijn collega-bestuurders in een leeuwenkuil opgesloten. Maar steeds werden ze door God gered.
Daniël ziet de toekomst
Daniël bleef ook dromen uitleggen aan de verschillende koningen. En zelf kreeg hij ook bijzondere dromen over de toekomst van de aarde. Net zo als de belevenissen van Daniël zijn deze dromen ook opgenomen in het bijbelboek Daniël. Sommige dromen werden uitgelegd door de engel Gabriël. Ze gingen over de nabije toekomst van de wereld waarin Daniël leefde. De dromen voorspelden de Griekse overheersing en de ontheiliging van de nieuwe tempel, die juist weer door de teruggekeerde Joden in Jeruzalem werd gebouwd. Aan Daniël zelf werd beloofd dat hij aan het einde van de tijd weer zal gaan leven en van God zijn beloning zal ontvangen voor het levenslang dienen van God in het heidense Babel.
In de Bijbel lees je hier over het leven van Daniël:
