
Het Pinksterfeest is een heel oud, Joods feest. Het werd net zo als Pasen ingesteld toen de Israëlieten vanuit Egypte naar Palestina trokken in ca. 1450 v.C. Het wordt ‘het Wekenfeest’ genoemd, omdat het zeven weken plus één dag na Pasen plaatsvindt. Wij noemen het ‘Pinksteren’ naar het Griekse woord ‘vijftigste’.
Een feest om de eerste oogst te vieren
God zelf heeft aan Mozes opdracht gegeven drie feesten per jaar te vieren:
1. het Paasfeest ter herinnering aan de uittocht uit Egypte,
2. het Wekenfeest, een oogstfeest aan het begin van de zomer en
3. het Loofhuttenfeest, een oogstfeest in de herfst, als de hele oogst van het land gehaald is.
Eeuwen lang brachten de Israëlieten tijdens het Wekenfeest offers aan de Heer, om hem te danken voor de eerste graanoogst. Iedereen was vrij, en het was nadrukkelijk de bedoeling om met alle mensen om je heen een echt feest te vieren.
De uitstorting van de heilige Geest
Ook in de tijd van Jezus werd het Wekenfeest gevierd. Vijftig dagen nadat Jezus was overleden en opgestaan tijdens het Paasfeest, liep de stad vol met Joden die in Jeruzalem kwamen om daar hun offer te brengen en feest te vieren. Joden uit alle delen van de wereld.
Toen het Pinksterfeest aanbrak, waren zijn leerlingen en andere volgelingen bij elkaar in een huis in Jeruzalem. Opeens klonk er een vreemd geluid, alsof het hard waaide. En de mensen in het huis zagen iets dat op vuur leek. Dat vuur verdeelde zich in vlammen, en op iedereen kwam een vlam neer. Op deze manier werd zichtbaar en hoorbaar dat de Geest van God in alle gelovigen kwam die in dat huis waren. Dezelfde Geest, die in Jezus was toen hij op aarde rondliep. Toen Jezus naar de hemel ging, had hij al voorspeld dat zijn leerlingen óók de Geest van God zouden ontvangen. Een Geest die hen het geloof zou geven, en de moed en de kracht om overal in Jeruzalem en daarbuiten over hem en Gods Koninkrijk te vertellen.
3000 nieuwe gelovigen op één dag
Nadat de gelovigen de Geest hadden ontvangen, kregen ze het vermogen om het Evangelie van Jezus te vertellen in veel verschillende talen. De apostel Petrus hield een toespraak over het leven van Jezus, Hij vertelde hoe al in het Oude Testament voorspeld was dat Jezus zou opstaan uit de dood. Hij waarschuwde de mensen dat ze zich niet moesten verzetten tegen God, maar hun zonden moesten belijden en zich laten dopen, als teken van berouw. Sommigen lachten om wat ze zagen en niet begrepen, maar anderen waren diep onder de indruk. Op die ene Pinksterdag kwamen er ongeveer drieduizend mensen tot geloof door de woorden van Petrus en de bijzondere gebeurtenissen die plaatsvonden.
Na deze dag is Pinksteren ook een christelijk feest geworden. Bij christenen ligt de nadruk niet op dank voor de oogst, maar op de uitstorting van de heilige Geest. Christenen geloven sinds die dag dat Jezus deze Geest van God nu deelt met iedereen die gelooft dat Hij de redder van de wereld is. Zij ervaren dat de heilige Geest hen helpt om God te begrijpen en om eigen fouten en tekortkomingen te zien. Christenen geloven ook dat de Geest hen bijzondere gaven kan geven, om daarmee elkaar tot steun te zijn.
Altijd 50 dagen na Pasen
De datum van Pinksteren is afhankelijk van de datum van Pasen want het vindt altijd 50 dagen later plaats. In de vroege middeleeuwen duurde het Pinksterfeest een hele week. Dit werd steeds meer ingekort en vanaf 1618 is het feest teruggebracht tot twee dagen: Eerste en Tweede Pinksterdag.
Dit verhaal in de Bijbel:
De instelling van het Pinksterfeest in de tijd van Mozes:
De komst van heilige Geest tijdens het Pinksterfeest:
