
Er komen in de Bijbel meerdere Maria’s voor: Maria, de zus van Martha, Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus en de bekendste: Maria – de moeder van Jezus.
De engel komt op bezoek
Deze Maria woonde in Nazaret, een stad in Galilea boven in Israël. Zij was verloofd met Jozef, een timmerman. God stuurde de engel Gabriël naar de jonge Maria, om haar te vertellen dat God haar had uitgekozen om zwanger te worden van een zoon. Een kind, niet van Jozef, maar van God zelf. Een zoon dus met de menselijke natuur van Maria, en de goddelijke natuur van zijn hemelse Vader.
Maria moest deze jongen de naam ‘Jezus’ geven; Jezus betekent ‘de HEER is redder’. De engel vertelde haar dat deze zoon van God heel belangrijk zou worden. Jezus zou voor altijd koning zou worden, zonder dat er een einde zou komen aan zijn macht.
Toen Jozef ontdekte dat Maria zwanger was, dacht hij natuurlijk dat dit van een andere man was. De gebruiken in die tijd eisten dat hij haar weg zou sturen, maar Jozef was een goed mens. Hij bedacht dat hij haar in het geheim ergens anders zou brengen, zodat ze niet door de samenleving als een slechte vrouw behandeld zou worden. Toen kreeg Jozef echter een droom waarin hij een engel zag die hem hetzelfde vertelde als Maria was verteld: dat het kind rechtstreeks van God is, en dat Hij de mensen zal redden van de gevolgen van hun zonden. Na deze droom trouwde Jozef met Maria. Maar ze sliepen niet met elkaar voordat haar zoon geboren werd.
Jezus wordt geboren
Maria beviel van Jezus terwijl ze met Jozef bij Bethlehem was voor een registratie in het kader van een Romeinse volkstelling. Ze waren ergens in een stal of grot, want door de drukte konden ze geen betere plaats bemachtigen. Jezus werd dus onder erbarmelijke omstandigheden geboren. En de eerste eer die hij kreeg was van ruige herders, die daar in het veld door een engel op de hoogte waren gebracht van het goede nieuws. Later kwamen er ook nog geleerde mannen uit het oosten aan Jezus in Bethlehem eer bewijzen. Arm en rijk, ongeletterd en zeer geleerd aanbaden een net geboren kind.
Op dat moment was Herodus koning van Israël. Hij had de wijzen uit het oosten op bezoek gehad en maakte zich grote zorgen over dat jonge kind waarvan de wijzen hadden gezegd dat hij de de nieuwe leider van het volk zou worden. Uit voorzorg besloot Herodus alle kinderen van 2 jaar en jonger in Betlehem te doden. Maar God had Jozef in een droom reeds gewaarschuwd. Maria en hij vluchtten op tijd naar Egypte, waar ze bleven wonen tot Herodes gestorven was. Toen keerden ze terug naar Nazaret, het plaatsje waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen.
Het gezin van Maria
Maria kreeg na Jezus nog meer kinderen. We lezen in de evangelieboeken over broers van hem die Jakobus, Joses, Simon en Judas werden genoemd. In één van de brieven van Paulus worden de broers genoemd als verspreiders van de boodschap over zijn leven en opstanding. Zijn vader Jozef komen we nog één keer tegen, als hij en Maria de twaalfjarige Jezus kwijt zijn bij een bezoek aan de tempel.
Van Maria zelf vangen we af en toe een glimp op. Zo is ze op het feest in Kana waar Jezus een wonder doet door water in wijn te veranderen. Ze is er ook bij als Jezus op ca. drieëndertigjarige leeftijd gekruisigd wordt bij Jeruzalem. En ze blijft bij de discipelen nadat Jezus definitief naar de hemel is gegaan.
Hier lees je in de Bijbel een aantal verhalen over Maria:
Maria in latere tradities
In de Rooms-Katholieke en de Oosters-Orthodoxe kerk heeft Maria als moeder van Jezus een belangrijke rol gekregen. In deze kerken neemt Maria een soort bemiddelaarsrol in. Mensen vragen Maria of zij hun gebed bij Jezus wil brengen. Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van vaste gebeden, zoals het ‘weesgegroet’ en de ‘rozenkrans’. Maria zou in de loop der eeuwen verschillende keren weer op aarde verschenen zijn om wonderen te verrichten. Deze plekken, zoals Lourdes en Fatima, zijn bedevaartsplekken geworden.
De Rooms-Katholieke kerk kent ook verschillende feesten ter ere van Maria. Het bekendste feest is de Maria-Tenhemelopneming. Dit feest wordt jaarlijks op 15 augustus gevierd, en bekent voor veel zuid-Europeanen een vrije dag. Dat Maria na haar dood voor het oog van mensen in de hemel is opgenomen, staat niet in de Bijbel maar is een overlevering uit de kerkgeschiedenis.
